Blog

Ronald bezoekt het Whitney

20 Juni 2011 om 00:04

In het Whitney museum in New York werd ik vorige week getroffen door een kunstwerk van ene Paul Chan, getiteld '1st light' (2006).

Vanuit de hoek van de zaal, vanaf drie meter hoogte, wordt een video geprojecteerd op de vloer. Het trapeziumvormige beeld is gevuld met geel, zonnig licht, dat langzaam verandert in de kleur blauw. Verder zijn er de silhouetten van stilstaande en bewegende voorwerpen.

De associatie met Plato's allegorie van de grot drong zich op, ware het niet dat het publiek niet uit gevangenen bestaat en de oorsprong van de geprojecteerde voorwerpen al bekend is.

Aan de linkerkant van het beeld is het stilstaande silhouet te zien van zo'n typische Amerikaanse telefoonpaal met draden, aan de onderkant staann twee lantaarnpalen. Langzaam schuiven van onder naar boven allerlei voorwerpen voorbij, zoals auto's, fietsen, koffers, huisraad. Halverwege het beeld vallen sommige voorwerpen in stukken uiteen. In tegengestelde richting schuiven menselijke gestalten door het beeld.

Het gele licht, de eenvoudige stilering, de trage bewegingen: ik vond het een mooi, pakkend beeld, vooral ook omdat ik net ruim 2000 kilometer had gereisd (van Kansas City naar de Oostkust) en ik mijn herinneringen aan die reis als in een droom gevisualiseerd terugzag: de tocht langs eindeloze wegen, het bezoek aan verschillende locaties, de ontmoetingen met allerlei mensen.

Het was grappig te zien dat bezoekers angstvallig om de projectie heen liepen. Ik kon het niet laten er juist middenin te gaan staan, zodat mijn eigen silhouet even onderdeel werd van de voorstelling.

Toen ik opgewekt naar het kaartje op de muur liep, las ik dat het werk helemaal niet maken had met een vrolijke autorit door Amerika, maar met de consumptiemaatschappij en '9/11'; de westerse mens hecht te veel aan spullen, waar we niets aan hebben als we op een dag uit een brandende flat moeten springen.

Zelden heb ik zelf zo'n groot contrast ervaren bij de perceptie van kunst. Ook was ik verrast door de vanzelfsprekende interpretatie van de duiding van menselijke figuren in een verticale, 'vallende' beweging. Neem een woord of een afbeelding, vraag naar de betekenis en verbaas je over de antwoorden. Op die manier zitten we misschien toch in die grot.

Nu wordt het echt tijd dat ik eens begin aan 'Falling man' van schrijver Don DeLillo.

En ook aan dat andere boek, waarin juist niet wordt gevallen: 'Let the Great World Spin' van schrijver Colum McCann, over een koorddanser die illegaal van de ene toren naar de andere liep; McCann kreeg er vorige week de International Impac Dublin Literary Award voor.

Ronald Spanier blog SFB

Plaats een reactie